Palestina
Noodsituaties en crisissen
Nieuw registratiesysteem wil ngo’s verplichten privégegevens te delen met Israël: een coalitie van humanitaire organisaties gaat in beroep
Achttien leden van een coalitie van humanitaire organisaties dienen een petitie in bij het Israëlische Hooggerechtshof. Dokters van de Wereld maakt deel uit van de coalitie die zich verzet tegen een registratiesysteem dat organisaties verplicht om privégegevens van hun personeel over te dragen aan de Israëlische autoriteiten.
Vertegenwoordigd door koepelorganisatie AIDA, trekt een groep van verschillende ngo’s aan de bel over een nieuw Israëlisch registratiesysteem. Dit systeem werkt verstikkend voor tientallen hulporganisaties in Israël en de bezette Palestijnse gebieden. Hoewel de organisaties zich wel wilden registreren, blokkeert Israël de aanvragen omdat de organisaties weigeren om gevoelige privégegevens van hun personeel te delen.
De hulporganisaties stapten naar de rechter omdat de nieuwe regels de hulpverlening ernstig in gevaar brengen. Tot hun frustratie beperkte de rechter de zaak tijdens de zitting tot de privacykwestie, waardoor de grotere problemen — zoals de verplichtingen van Israël als bezettingsmacht — niet werden behandeld.
Bovendien was de sfeer tijdens de zitting grimmig: terwijl de betrokken ngo's en diplomaten de toegang werd geweigerd, mochten Israëlische functionarissen en niet-betrokken omstanders wel naar binnen.
Onmogelijke keuze
Israël eist volledige inzage in de personeelsgegevens van alle medewerkers in Gaza en de Westelijke Jordaanoever. In een gebied waar honderden hulpverleners zijn omgekomen, is het gedwongen delen van zulke data zonder enige garantie op veiligheid een levensgroot risico.
Daarnaast zitten de organisaties klem:
Gehoorzamen betekent het schenden van de Europese privacywetgeving (AVG) en hun zorgplicht naar het personeel.
Weigeren betekent dat hun registratie wordt afgewezen en ze hun werk niet meer kunnen doen.
Cruciale hulp onder druk
De timing van deze restricties is kritiek. In Gaza leveren internationale ngo's meer dan de helft van de voedselhulp, ondersteunen ze de meeste veldhospitalen en bieden ze essentiële diensten zoals toegang tot onderdak, water, sanitaire voorzieningen, voeding, mijnenbestrijding en noodonderwijs. Ook op de Westelijke Jordaanoever verslechtert de situatie door toenemend geweld en beperkingen. Zelfs toen de organisaties over geldige registratiecertificaten beschikten, bleven konvooien met goederen geblokkeerd aan de grens en kregen de organisaties geen toestemming om extra personeel naar de Gazastrook te sturen tijden het staakt-het-vuren. Verdere beperkingen zullen verwoestende gevolgen hebben voor de burgerbevolking.
De organisaties benadrukken dat zij hun werk onder de Palestijnse Autoriteit blijven voortzetten, maar dat het verliezen van hun Israëlische erkenning de hulpverlening verder lamlegt.
AIDA roept de Israëlische regering op de registratieprocedures te versoepelen en vraagt donorlanden om diplomatieke druk uit te oefenen: “Concreet vragen we de Israëlische regering om de huidige registratieprocedures aan te passen zodat ze geen belemmering vormen voor het leveren van humanitaire hulp. Daarnaast roepen we de donorlanden op om alle mogelijke diplomatieke, politieke en juridische middelen in te zetten om de opschorting en intrekking te eisen van deze maatregelen.”
Noot voor de redactie
Met betrekking tot het internationaal recht, in het bijzonder het internationaal humanitair recht, en de associatieovereenkomst tussen de EU en Israël:
Als bezettingsmacht is Israël gebonden aan de Vierde Geneefse Conventie, die een verplichting oplegt om hulpverlening aan de beschermde bevolking te accepteren en te faciliteren (zie met name artikelen 59 en 63).
Binnen dit kader moeten organisaties hun activiteiten kunnen uitvoeren in overeenstemming met hun humanitaire functies, en mag de bezettingsmacht geen wijzigingen in personeel of structuur opleggen die deze activiteiten zouden kunnen schaden.
Maatregelen die de aanwezigheid of activiteiten van humanitaire organisaties afhankelijk maken van de overdracht van gevoelige persoonsgegevens zijn in strijd met dit juridische kader. Dergelijke maatregelen transformeren de plicht tot het faciliteren van humanitaire hulp in een controlemechanisme, wat niet strookt met het internationaal humanitair recht.
Bovendien heeft de staat Palestina volgens het internationaal recht soevereine bevoegdheid om humanitaire en ontwikkelingshulp binnen zijn grondgebied toe te laten. Deze bevoegdheid wordt niet tenietgedaan door de bezetting; integendeel, zij blijft naast de bevoegdheid van de bezettingsmacht bestaan en beperkt de reikwijdte ervan. Dit wordt weerspiegeld in Bijlage III (Protocol inzake burgerlijke aangelegenheden) van de interimovereenkomst van 1995 tussen de staat Israël en de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO), en werd door Israël herbevestigd in het memorandum dat het indiende bij het Internationaal Gerechtshof in het kader van de adviesprocedure van 2025 over de aanwezigheid en activiteiten van internationale organisaties.
Zoals het Internationaal Gerechtshof in zijn adviezen van 2024 en 2025 bevestigde, verleent bezetting noch soevereiniteit noch eigendom, vervangt het de soevereine bevoegdheden van de bezette staat niet en geeft het geen toestemming voor de herstructurering van de humanitaire ruimte met veronachtzaming van de wil en behoeften van de bezette bevolking. Israëls beweringen dat het eenzijdig organisaties kan uitsluiten die door de Palestijnse Autoriteit zijn uitgenodigd, of dat het de voorwaarden voor hun activiteiten kan dicteren zonder Palestijnse toestemming, zijn moeilijk te verenigen met dwingende normen van het internationaal recht, waaronder het recht op zelfbeschikking.
Artikel 2 van de associatieovereenkomst tussen de EU en Israël verheft respect voor mensenrechten en democratische beginselen tot de status van een "essentieel element" van de relatie. Wanneer een partnerstaat maatregelen neemt die entiteiten met een zetel in de Europese Unie dwingen EU-regelgeving te schenden, waaronder fundamentele gegevensbeschermingsverplichtingen onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), roept dit de vraag op of de normatieve basis van de overeenkomst wel wordt gerespecteerd.
Volgens hoofdstuk 2 en 4 van de AVG zijn internationale ngo's die in de EU gevestigd zijn verplicht ervoor te zorgen dat elke overdracht van persoonsgegevens rechtmatig, noodzakelijk, proportioneel en met passende waarborgen is. Artikel 48 van de AVG stelt expliciet dat elke openbaarmaking die plaatsvindt op grond van administratieve maatregelen afkomstig uit een derde land, gebaseerd moet zijn op een internationale overeenkomst of, indien die er niet is, moet voldoen aan het EU-recht. Een eenzijdig verzoek op basis van een dreiging met uitsluiting van humanitaire operaties voldoet niet aan dit criterium.
Het plaatsen van EU-entiteiten in een positie waarin naleving van het ene rechtsstelsel een schending van een ander vereist, vormt vanuit het perspectief van de EU een inmenging in de effectiviteit van het EU-recht. Deze inmenging raakt direct het beginsel van goede trouw bij de uitvoering van verdragen, zoals vastgelegd in artikel 26 en 27 van het Verdrag van Wenen inzake het recht der verdragen. Partijen moeten verdragen te goeder trouw nakomen en kunnen zich niet beroepen op hun nationale wetgeving om het niet nakomen van hun verplichtingen te rechtvaardigen. Hoewel Israël niet per se verplicht is zich aan het EU-recht te houden, is het op grond van de Associatieovereenkomst wel gebonden zich zodanig te gedragen dat de geest of het doel van het verdrag niet wordt geschonden en dat de wettelijke verplichtingen van zijn partner in de praktijk niet buiten werking worden gesteld. Maatregelen die actoren die onder het EU-recht vallen systematisch dwingen zich er niet aan te houden, als voorwaarde voor toegang tot het bezette gebied voor humanitaire hulp, dreigen deze grens te overschrijden.
Aller plus loin
Inschrijven voor de nieuwsbrief

Dokters van de Wereld is lid van het Consortium 12-12, 11.11.11, Ethische Fondsenwerving en Donorinfo.
Contact
Dokters van de wereld
Kruidtuinstraat 75, 1210 Brussel
+32 (0) 2 225 43 00
BTW: BE 0460.162.753
Doe een gift: BE26 0000 0000 2929
Info
Voor alle vragen over onze projecten en humanitaire diensten:
Voor alle vragen over donateurs, mandaten en onze rekruteerders:
donateurs@doktersvandewereld.be
